Mondademhaling

Veel kinderen met keel- neus- of oorproblemen ademen constant door de mond.

Het is zelfs vaak de reden dat de KNO-problemen door de mondademhaling worden veroorzaakt. Mondademhaling is meestal een gewoonte geworden na een langdurige periode van neusverstopping of een overblijfsel van mondgewoonten uit vroegere kinderjaren (duimen, verkeerde slik). Ook ouders die door de mond ademen leren hun kinderen (onbewust) automatisch ook zo te ademen.

Normaal, in rust, ademt men door de neus. De buitenlucht wordt dan op temperatuur gebracht en gereinigd van kleine stofdeeltjes doormiddel van het slijmvlies in de neus. Grotere deeltjes worden door de neushaartjes tegengehouden.
Het slijm wordt door kleine trilhaartjes naar achteren in de neus/keelholte vervoerd en vervolgens doorgeslikt. Door inademen wordt het slijm ook naar achteren gezogen en zodoende effectiever verwijderd.

Wat gebeurt er nou als je door de mond ademt:

  • De lucht wordt niet meer gereinigd, verwarmd en bevochtigd, zodat er meer belasting van de longen optreedt.
  • De neus geeft enige weerstand aan het ademen. Door de mond ademen gaat gemakkelijker, zodat de ademhalingsspieren minder hoeven te doen. Dit leidt tot verslapping van deze spieren en de kinderen krijgen te maken met een ingezakte houding met hangende schouders.
  • Mond-ademers ademen te zwaar en ontwikkelen vaak chronische hyperventilatie. Ze maken overwegend gebruik van de secundaire ademhalingsspieren. Doordat ze hun borstkas en schouders gebruiken in plaats van het middenrif gebruiken ze alleen het bovenste gedeelte van de longen.
  • Het slijm in de neus wordt niet meer door het inademen naar achteren gezogen en hoopt zich op in de neus. Hierin gaan vervolgens bacteriën groeien. Als reactie zwelt het neusslijmvlies op (zodat men niet meer door de neus kan ademhalen). Ook de afvoergangen van de neus-bijholten zwellen op en raken verstopt. De holten kunnen hun vocht niet meer kwijt via de neus en ook hierin gaan bacteriën groeien met als resultaat; neusontstekingen, (verkoudheden) en neus-bijholte ontstekingen met pus.
  • Door de open mond drogen de slijmvliezen en het tandvlees uit, met als gevolg tandvleesafwijkingen en ontstekingen en tandbederf (slechte adem).
  • Door uitdroging gaan ook de amandelen achteruit in functie. Er gaan bacteriën in “wonen”. Dit leidt tot amandel-ontsteking (angina) en vergroting van de amandelen zodat verwijdering noodzakelijk kan zijn.
  • De neusamandel, die hetzelfde lot treft, zorgt weer voor extra afsluiting van de neus en oor afvoergangen (de buis van Eustachius) waarbij oor- en neusontstekingen kunnen optreden. De pus tot de neusamandel die achter in de luchtpijp valt, zorgt weer voor longinfecties en bronchitis met veel hoesten. De pus die doorgeslikt wordt geeft vaak wat buikpijn en verminderde eetlust.
  • Door de uitdroging van de mond en omdat de tong veel minder beweegt slikt een “mond ademhalen” veel minder. (Wist je dat een neus ademhalen normaal ongeveer 150 x per uur slikt?). Juist tijdens het slikken gaat de buis van Eustachius (die loopt van het oor naar de neus-/keelholte) even open, zodat vocht uit het oor en lucht in het oor kan komen.

Gevolgen van mond-ademen:

  • Oorontsteking.
  • Verminderd gehoor.
  • Vage, constante oorpijnen en achterblijven in de (taal) ontwikkeling. Meestal is het plaatsen van trommelvliesbuisjes dan noodzakelijk.
  • Mond-ademen werkt (chronische) hyperventilatie in de hand; te zwaar ademen zorgt voor te veel verlies van koolstofdioxide in de longen en in het bloed. Koolstofdioxide regelt de mate van afgifte van zuurstof aan de cellen. Een te laag koolstofdioxide gehalte heeft een grote  impact op het functioneren van de normale menselijke fysiologie. Zo draagt het bij aan het ontstaan van diverse chronische ziektes, zoals astma, bronchitis en chronische vermoeidheid.
  • Mond-ademers hebben hun tong vrij stil op de mondbodem liggen. Neus-ademers hebben hun tong achter de voortanden stevig tegen het verhemelte “geplakt”. Dit laatste heeft tot gevolg dat de tong-druk de boventandenboog zich goed ontwikkeld en de tanden fraai en regelmatig in een rij staan. Bij mond-ademets ontbreekt deze constante druk en zij krijgen vaak een smalle bovenkaak, waarbij sommige tanden in de verdrukking raken.
  • Van de tangbewegingen gaat ook een sterk reinigende werking van het gebit uit. Mond-ademers krijgen meer plak vorming op de tanden en kiezen waardoor de kans op tandbederf toeneemt.
  • Door de smalle en onregelmatige bovenkaak bij mond-ademers kan ook op latere leeftijd het neustussenschot dat op het verhemelte rust, scheef gaan groeien meet als gevolg een verminderde neuspassage, waardoor een operatieve neustussenschot correctie soms nodig kan zijn.
  • De gevoelige en geïrriteerde slijmvliezen in het algemeen, zijn vaak vatbaarder voor neusverkoudheid en allergieën.
  • De verstopte neus is uiteindelijke niet alleen hinderlijk, maar veroorzaakt ook verminderde reuk (en smaak), snurken en neusspraak. Door de verkeerde tangstand ontstaat lispelen en slissen.